|
"No man will make a great leader who wants to do it all himself,
or to get alle the credit for doing it." (Andrew
Carnegie, Amerikaanse industrieel)
 |
|
 |
Kenmerken van een leider |
In
tijden van verandering, zoals de huidige tijd, is er een
sterke behoefte aan leiders. Niet omdat het overlegmodel
niet goed
meer is, maar het is wel zo dat overlegpartners het ook
niet altijd weten. Dat vraagt om iemand die
voorop gaat lopen:
een leider. Anderen moeten dat wel accepteren, immers een
leider zijn, vereist dat andere mensen uit
vrije wil volgen. Niet voor niets staat 'leiderschap'
in het TQM-model vooraan.
Wat
is
nou de reden dat iemand door zijn omgeving wordt gekwalificeerd
als ‘leider'? Ofwel, wanneer zijn mensen bereid achter
iemand aan te lopen? De Britse Paul Bridle onderzocht dat,
en ontdekte
dat mensen iemand een leider vinden wanneer hij aan vijf
criteria voldoet:
- Visie met passie. Een leider weet welk
doel hij wil bereiken. De weg waarlangs hij dat doel bereikt,
maakt hem niet zo veel uit. Dat betekent dat doodlopende wegen
of creatieve methodes geen belemmering zijn. Belangrijk is
de passie: dat stelt hem in staat om anderen te inspireren
en te motiveren. Zowel om zijn visie te delen, als om mee
te helpen die visie te bereiken.
- Consistente waarden en normen. Een leider
leeft wat hij gelooft, en is daar consistent in. Daardoor
wordt hij gezien als een integer en betrouwbaar persoon. Dat
hoeft overigens helemaal niet te betekenen dat iedereen hem
aardig vindt, of het altijd met hem eens is! Wel zal een leider
het aura van integriteit moeten verdienen: hij zal zich eerst
een tijd als zodanig moeten gedragen.
- Houden van mensen. Daarmee wordt bedoeld
dat een leider er van overtuigd is dat mensen
er toe doen, en naar die overtuiging handelt. Leiders
zijn dan ook goede communicators. Dat zijn zij omdat ze goede
luisteraars zijn.
Maar ook slagen zij er in om de natuurlijke neiging van mensen
om kritiek stil te houden te overwinnen. Heel
belangrijk is tenslotte dat zij consequent personen
en onderwerpen scheiden: de mening van iemand kan verkeerd
zijn, de persoon in principe niet.
- Kampioenen kweken. Leiders leren graag
en ze moedigen anderen ook graag aan om te leren. Dat leidt
er tevens toe dat een leider naar iemands sterktes zoekt,
en veel minder gefocust is op het verminderen van de zwaktes
van iemand. De leider stelt ‘goede vragen' om de mensen om
hem heen tot nadenken te stemmen. Door dit gedrag is een leider
de katalysator van het leerproces van de mensen om hem heen.
- Overzicht in overalls. Een goede leider
houdt het overzicht, maar tegelijkertijd is hij er ‘op de
werkvloer' om te helpen, te coachen, aan te moedigen. Hij
slaagt er daarbij in niet in de details te blijven hangen,
maar gaat weer verder zodra hij het idee heeft dat de mensen
het weer zelf aan kunnen. Leiders zijn dus ook goed in écht
delegeren: steeds een stapje terug doen, zodat anderen gaandeweg
meer verantwoordelijkheden krijgen, zonder dat ze kunnen verdrinken.
Dit delegeren vraagt dus ook tijd (tijd die per persoon verschillend
is), en is heel wat anders dan het afschuiven dat vaak delegeren
genoemd wordt.
Bridle ontdekte dat de vijf criteria
hygiëne-factoren
zijn. Iemand wordt door zijn omgeving dus pas een leider
genoemd
als
hij consequent demonstreert alle vijf criteria waar te maken.
Betekent dat, dat leiders blijkbaar geboren worden, en niet
gemaakt kunnen worden? Dat valt in de praktijk mee: de basis
van elk van de criteria is niet ingewikkeld. De meeste mensen
die zichzelf (meer) tot leider zouden willen ontwikkelen, kunnen
zich de eigenschappen eigen maken. Vooral een kwestie van zelfbewustzijn
en zelfverandering.
Uit de vijf criteria wordt overigens ook duidelijk dat managers
niet per definitie (misschien wel: per definitie niet) leiders
zijn. Samengevat zit het verschil hierin: managers managen dingen,
leiders leiden mensen.
|