Printvriendelijke versie

De ideale leider is...: een narcist

Leiderschap in een organisatie is belangrijk. Er is in de laatste decennia dan ook het nodige onderzoek verricht naar de kenmerken van een goede leider, naar succesfactoren voor leiders en managers en naar de samenwerking in organisaties. Maar ook onderzoek naar de psyche van leiders brengt interessante resultaten aan het licht, heeft Michael Maccoby (antropoloog en psychiater) ontdekt.

Persoonlijkheidstypes en soorten managers

Maccoby is erachter gekomen dat veel leiders en topmanagers een narcistische persoonlijkheid hebben. De narcistische is een van de drie basis-persoonlijkheidstypes die Sigmund Freud heeft geïdentificeerd. Elk mens beschikt over een unieke combinatie van de mate waarin hij deze basistypes in zich heeft. Om de types te omschrijven, heeft Freud uiteraard de ‘pure’ vormen beschreven, de karikaturen als het ware:

 

In deze karikaturen zijn eenvoudig verschillende soorten managers en leiders terug te zien:

 

De narcist als leider

Het feit dat veel bekende leiders en veel topmanagers veel van het narcistische type in zich hebben, is niet vreemd. De narcist neemt namelijk makkelijk het voortouw. Bovendien is de narcistische persoonlijkheid, in veel sterkere mate dan de andere, zelfversterkend. Voor de buitenwacht: “hij heeft veel volgers, hij zal wel goed zijn.” Maar ook voor zichzelf: de vele volgers versterken zijn paradoxale zwakke eigenwaarde en beantwoorden ook zijn behoefte aan macht en glorie. Zowel hijzelf als zijn volgers zullen successen toeschrijven aan zijn persoon en/of visie, wat de cyclus extra versterkt.

Dat is op zich allemaal niet erg. Integendeel. Het lastige is alleen dat positieve eigenschappen gepaard gaan met negatieve. Naarmate de, in dit geval narcistische, positieve eigenschappen versterkt worden, worden de nadelen navenant groter en kunnen zelfs belangrijke obstakels vormen voor de desbetreffende organisatie. Het betreft dan vooral de volgende nadelen:

 

Dat deze nadelen in al hun glorie tot uiting kunnen komen, en welke gevolgen dat heeft, hebben onder andere Cees van der Hoeven bij Ahold en Rijkman Groenink bij AbnAmro bewezen...

Zo ver hoeft het echter niet te komen. Het (her)kennen van de nadelen, door de persoon zelf én door de organisatie waar hij werkt, is al een belangrijke stap. Maatregelen om de nadelen in te kaderen en te verkleinen liggen vervolgens voor de hand. Er moet bij het invoeren van die maatregelen wel voorkomen worden dat deze op hun beurt doorslaan en de narcisten helemaal inkapselen.
Want de visie, de wil om te winnen en het enthousiasmerende van de narcist blijven nodig om de organisatie ook in de toekomst bestaansrecht te laten houden.