Adburdias
sitemap E-mail home adviseurs in verbeteren de goede dingen goed doen de goede dingen goed doen
Informatie
Hulpmiddelen
Advies




Adburdias, De Botter 9, Baarn e-mail
[ Home ] | [ Artikelen ] | [ Wijzigingen ISO 9001:2000 ] Printbare versie van deze pagina

Wijzigingen ISO 9001:2000

In een eerder verschenen artikel (Ontwikkeling ISO 9000:2000) hebben wij de veranderingen van de nieuwe ISO 9001 norm al globaal beschreven. Hieronder gaan wij dieper in op de wijzigingen in de eisen.

De belangrijkste wijzigingen
Wat meteen opvalt als de norm wordt opengeslagen, is dat de 20 paragrafen niet meer bestaan. De nieuwe norm gaat namelijk uit van de processen in een organisatie. Hierdoor is de norm voor bedrijven veel herkenbaarder.

Bij een kwaliteitssysteem, en nu ook bij de norm, gaat het er om dat bij het uitvoeren van alle processen de Deming-cirkel wordt gevolgd. Dit wil zeggen:
 


  • Plan: maak afspraken over wat de organisatie beoogt, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe het werk uitgevoerd wordt. Het bepalen van de opleidingen die medewerkers nodig hebben en welke machines, computers en software er nodig zijn horen hier eveneens bij.
  • Do: voer de werkzaamheden uit zoals afgesproken.
  • Check: ga na of de uitvoering van de werkzaamheden (Do) inderdaad gebeurt zoals afgesproken (Plan). Vraag het de medewerker, die weet vaak of het werk goed loopt of beter kan. Vraag het de klant of de leverancier. En kijk naar de processen zelf.
  • Act: doe wat met de resultaten van 'Check'. Als de uitvoering niet overeen-komt met de gemaakte afspraken (of als dit dreigt), doe er dan wat aan. Voorkom dat hetzelfde nog een keer gebeurt, leer ervan. Laat leidinggevenden het goede voorbeeld geven en het belang benadrukken van het volgen van de afspraken. Of stel de afspraken zelf bij, wellicht waren ze te optimistisch of zijn ze niet meer van deze tijd. (En we zijn weer terug bij Plan.)

Deze cirkel dient niet alleen gevolgd te worden in de hoofdprocessen (het maken en leveren van het produkt), maar ook de ondersteunende processen. Dat wil zeggen dat er ook gekeken moet worden of bijvoorbeeld gevolgde opleidingen wel effectief zijn.

Met alleen het volgen van de Deming-cirkel is een organisatie er nog niet. Bij het centraal stellen van de processen, gaat het eveneens om de borging van de processen: hoe zorgt een organisatie ervoor dat de processen in één keer goed uitgevoerd worden, hoe worden fouten voorkomen.
Borging kàn inhouden dat de afgesproken werkzaamheden worden opgeschreven (procedures, werkinstructies), omdat een mens nu eenmaal niet alles kan onthouden. Maar ook een goed inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers, of zelfs de vraag van de computer 'Weet u zeker dat u dit wilt verwijderen?' voorkomt fouten en is daarmee een borging.

De nieuwe norm legt meer de nadruk op het continu verbeteren dan de oude norm. Het gehele systeem moet zo ingericht zijn, dat er continu verbeterd wordt. Met het voortdurend volgen van de Deming-cirkel komt een organisatie al een heel eind.

Deze cirkel dient niet alleen in het uitvoerend werk gevolgd te worden, maar ook op een hoger (besturend) niveau. Want continu verbeteren houdt onder meer in dat de directie nadenkt over het beleid en de doelstellingen èn er voor zorgt dat deze bekend zijn bij alle medewerkers.
En net als in de oude norm, blijft de beoordeling van het kwaliteitssysteem door de directie belangrijk. Expliciet genoemd wordt nu dat niet alleen gekeken moet worden of het beleid en de doelstellingen gehaald worden, maar ook of het beleid zelf veranderd moet worden.

Om een organisatie echt continu te laten verbeteren, dient er de juiste cultuur te zijn. Medewerkers moeten niet bang zijn om problemen of ideeën aan te dragen. Het gaat tenslotte om het verbeteren van het systeem, de bedrijfsvoering, niet om medewerkers terecht te wijzen. Initiatieven dienen dus beloond te worden en zeker zo belangrijk: er moet wat mee gedaan worden.

De communicatie heeft een extra accent gekregen. Zoals hiervoor aangegeven dient de directie haar beleid en doelstellingen bekend te maken. Hiernaast dienen deze doelstellingen vertaald te worden naar het dagelijkse werk van de medewerkers: wat moeten de medewerkers doen om de doelstellingen te kunnen halen.

En medewerkers moeten de mogelijkheid hebben om hun problemen en ideeën kwijt te kunnen.
Ook terugkoppeling van het management over de oplossing van problemen en ideeën of het halen van de doelstellingen is hierbij belangrijk.

Communicatie met klanten valt hier eveneens onder. Zorg ervoor dat iedereen weet wie de klant te woord staat bij welke vragen, zodat de klant niet van het kastje naar de muur gestuurd wordt.

Klantgerichtheid wordt in de nieuwe norm expliciet genoemd. Weet de organisatie wat de klant wil en is dit ook duidelijk bij de medewerkers die het produkt maken?

De organisatie moet verder de (on)tevredenheid van de klanten bewaken.
Dit zijn dus niet alleen brieven met klachten, maar net zo goed alle (positieve) opmerkingen die een klant over het produkt en de dienstverlening maakt. De randvoorwaarden om de processen goed te laten lopen worden eveneens belangrijk gevonden in de nieuwe norm. Dit zijn niet alleen het opleiden van medewerkers, de benodigde faciliteiten en documentbeheer, aspecten die in de oude norm ook genoemd werden. De menselijke aspecten van de werkomgeving wordt nu eveneens nadrukkelijk genoemd, zowel de fysieke aspecten, alsmede het zorgen voor een goede werksfeer.

Invulling van de eisen
Bij de hiervoor genoemde wijzigingen, valt op dat deze veel te maken hebben met de cultuur van een bedrijf en niet zo zeer met de structuur (regels op papier). Verder staat er wederom niet in de norm hoe bedrijven aan de eisen moeten voldoen, in die invulling is een ieder vrij.

Zo kunnen medewerkers problemen en ideeën aankaarten bijvoorbeeld via het werkoverleg of een (anonieme) brievenbus. De terugkoppeling kan dan eveneens plaatsvinden via het werkoverleg of via een persoonlijk mailtje, een personeelsblad, een prikbord etc.

En het bewaken van de klant(on)tevredenheid betekent niet dat een organisatie enquêtes aan haar klanten moet versturen. Een klanttevredenheidsonderzoek kan wel, maar dient dan frequent genoeg te gebeuren zodat er echt een vinger aan de pols gehouden wordt.
Wat ook kan, is tijdens reguliere gesprekken met de klant de (on)tevredenheid bespreken. Dit kunnen bijvoorbeeld evaluatiegesprekken door de accountmanager zijn. Maar eigenlijk kan elk (telefonisch) gesprek met de klant hiervoor gebruikt worden. Valt er iets op tijdens een gesprek, noteer dit zodat anderen hier profijt van hebben.

Voor bedrijven met een handboek op basis van de indeling van de oude norm, is dit hèt moment om het handboek anders, volgens de eigen processen, op te zetten.
Voor andere bedrijven geldt dat het handboek hoogstens aangevuld zal moeten worden met een beschrijving van wat er geregeld is om aan de eerder genoemde aspecten te voldoen (mocht dat nog niet opgenomen zijn). Het handboek hoeft dus meestal niet herschreven te worden.

De processen van een bedrijf (en niet de norm) zijn tijdens de advisering door Adburdias altijd al het uitgangspunt bij het opzetten van een kwaliteitssysteem. Onze bestaande klanten zullen deze verandering van de normvisie dus herkennen.

Overgangstermijn
De publikatie van de definitieve nieuwe norm heeft op 15 december 2000 plaatsgevonden. De Nederlandse vertaling is begin februari 2001 verschenen.
De overgangstermijn is vastgesteld op drie jaar. Dit betekent dat bedrijven zich tot december 2003 kunnen laten certificeren volgens de 'oude' norm. Bedrijven kunnen zich ook, vanaf de publikatie van de definitieve nieuwe norm, direct laten certificeren volgens deze norm.

NB: Zie ook onze vorige artikelen voor meer uitleg over borging en het procesmodel van de nieuwe norm.

bare versie van deze pagina